Genk


Na de mijnsluitingen in de jaren ’60, ’70 en ’80 bleven de Genkenaren niet bij de pakken zitten. In een sneltempo vormden ze hun stad om tot de derde grootste industriële cluster van Vlaanderen.
De Genkse economie steunt op verschillende pijlers. Zo beschikt de stad over een totale oppervlakte aan bedrijventerreinen van maar liefst 1.450 hectare, verspreid over verschillende industriezones. Hier vestigden zich tal van grote ondernemingen en KMO’s, actief in de traditionele maakindustrieën of de logistiek.
Op vlak van diensteneconomie maakte de stad recent een stevige inhaalbeweging. Zo kwam er in het stadscentrum de dienstenzone Xentro met vijf moderne kantoorgebouwen.
Andere belangrijke economische pijlers zijn de zorgeconomie met 5.000 jobs en de uitgebreide handel en horeca. Tenslotte zet Genk hoog in op creativiteit en kennis. Het vlaggenschip hiervoor is C-mine.

Zelfs na het vertrek van Ford blijft Genk een grote industriestad met overtuigende troeven. Allereerst heeft Genk in tegenstelling tot tal van Vlaamse regio’s nog ruimte om te ondernemen. Elke potentiële ondernemer vindt op één van de talrijke industriezones wel een geschikte opportuniteit.
Genk heeft niet alleen voldoende ruimte om te ondernemen, ook de transportmogelijkheden zijn ideaal. Zo liggen de twee internationale autosnelwegen E314 en E313 vlakbij.